Hoe verandert artificiële intelligentie ons leven en werk?

 

Hoe verandert artificiële intelligentie ons leven en werk?

Dit is de zesde editie van de tweejaarlijkse studienamiddag die UCSIA organiseert in samenwerking met de Federatie van oudleerlingenbonden van de Vlaamse jezuïetencolleges. Het programma richt zich tot alumni van de jezuïetencolleges, alsook tot het brede publiek.

Tijdens deze studienamiddag gaan we dieper in op artificiële intelligentie en de impact op het menselijke denken en gedrag, alsook op de ethische implicaties van technologische ontwikkelingen.

 

Praktische informatie

Taal:
Nederlands

Wanneer:
Zaterdag 24 november 2018, 14.00u-17.30u

Locatie:
Universiteit Antwerpen , Campus Drie Eiken – Aula R2
Universiteitsplein 1, 2610 Wilrijk (Antwerpen)

Inschrijven:
Deelname is gratis, online inschrijven

 

Programma

 

Save

Save

Save

Uitnodiging Alumni Pub

De Alumni Pub wederom een succes

“Beste Jongeren”
van onze oud-leerlingenvereniging,

Denkend aan het succes van de vorige jaren,
richten wij ook nu weer deze uitnodiging in het bijzonder
tot de vijf jongste generaties afgestudeerden
van “ons” Onze-Lieve-Vrouwecollege !

Wij heten u welkom in ons “Praatcafé”
op de jaarlijkse oud-leerlingendag

op zaterdag 19 november 2016
vanaf 22.30 uur in de cafetaria van het college.

Deze “ALUMNI PUB” biedt u de ideale gelegenheid
om uw klasgenoten en leerkrachten eens terug te ontmoeten
en herinneringen in goede en kwade dagen
uit die collegejaren op te halen!

Bel uw vrienden op, kom en geniet
van de band van vriendschap
die ons allen bindt !

Het Bestuur

Save

Getuigenis over Magis, de WJD en de link met het Sociaal Project

sociaal-project-juliavan8x

Julie Van Agtmael, oud-leerling en ondertussen ook leerkracht op onze school en tevens begeleidster bij het Sociaal Project, schreef volgend prachtig getuigenis…
15 juli 2016, het begin van een heel speciale ervaring.

Samen met 16 Vlamingen en Nederlanders vertrok ik immers op reis naar Polen om deel te nemen aan MAGIS en de Wereldjongerendagen. MAGIS is het internationaal ignatiaans voorprogramma van de Wereldjongerendagen. Ongeveer 2500 jongeren van over de hele wereld namen dit jaar deel aan het programma met als thematitel ‘To give and not to count the cost’. Zo veel kleuren, culturen en gewoonten bij elkaar zijn gewoon prachtig om te zien!

Na een paar dagen in Lodz, waar we kennis maakten met elkaar en de spiritualiteit van MAGIS, vertrokken we in kleinere groepen op ‘experiment’. Het doel van een experiment (een term afkomstig uit het vormingsprogramma van beginnende jezuïeten) bestaat eruit dat wij in een situatie, die anders is dan onze bekende thuissituatie, leren reflecteren op onze eigen talenten, vaardigheden en verlangens. Ikzelf werd met vier Nederlandstaligen, een paar Zuid-Koreanen, Britten, Tsjechen en Polen naar Praag gestuurd om daar gratis rondleidingen te geven in een van de prachtige Jezuïetenkerken in Praag (Kostel U Salvatorá).

Als historica was ik heel dankbaar voor het experiment dat ons groepje kreeg. De bedoeling van deze rondleidingen was niet om toeristen te animeren maar hen eerder te wijzen op het spirituele van de plek. Wat raakt me hier? Waar zie ik God in deze kerk? Het was enorm verrijkend om gesprekken aan te knopen met allerhande mensen over een niet zo alledaags onderwerp als geloof én om gedurende een week samen te leven met andere nationaliteiten; we werden echte ‘Living Stones’ (de naam van het project).

Na het voorprogramma begonnen dan de Wereldjongerendagen zelf. Je zou dit evenement op heel veel verschillende manieren kunnen beschrijven maar ik kies voor één woord: verbondenheid. Dit evenement heeft me in mijn geloof versterkt en heeft me verbonden doen voelen met de miljoenen katholieken over de hele wereld. Samen met anderhalf miljoen mensen tegelijkertijd dezelfde woorden uitspreken – al is het in een andere taal – zorgt voor een enorm verbonden gevoel.

Waarom heb ik eigenlijk deelgenomen aan MAGIS en de Wereldjongerendagen? Als alumna van ons college ben ik altijd vertrouwd geweest met de ignatiaanse spiritualiteit. Het reflectieve van deze spiritualiteit heeft me altijd aangetrokken. Daarnaast heeft het Sociaal Project in het vijfde middelbaar bijgedragen aan mijn inzet voor andere mensen en organisaties.

‘To give and not to count the cost’, dit geeft perfect weer waar het om draait in het Sociaal Project, maar geldt dit ook voor het leven?

Europees Congres te Budapest

olvc-youngalumni-budapest-1

Elke vier jaar organiseert de Europese bond voor oud-leerlingen van jezuïetencolleges een congres. Het congres van maart 2011 stond in het teken van de prioriteiten van deze oud-leerlingen. Voordien was er voor de jongeren een ‘experiment’ voorzien. Dit houden enkele dagen van sociaal werk in met een kennismaking van het bezochte land, haar cultuur en lokale problemen.

Er waren hoge verwachting voor het congres en zijn organiserende team. Al deze verwachtingen zijn bovendien ingelost! De stad zelf laat geen mens onberoerd. Het is werkelijk een parel van een stad in Oost-Europa. Budapest is een bruisende stad waar je bewijsstukken op elke hoek van de straat ziet van de woelige geschiedenis van Hongarije.

olvc-youngalumni-budapest-2

Voor het experiment namen we de trein naar Miskólc, een stad op twee uurtjes ten noordoosten van de Hongaarse hoofdstad. Deze stad was tijdens het communisme een voorbeeld geweest van de industrialisatie door de Sovjetters. De gebouwen bleven leeg achter toen de Russen vertrokken en stonden te verkommeren. Dit beeld was een fel contrast met de propere, moderne stadskern waar jongeren skateboardden.
In Miskólc bezochten we het jezuïetencollege. Het gebouw was zeer modern. Gebaseerd op de buitenkant, zou je haast niet zeggen dat het een school is. In de gangen hingen de foto’s van de verschillende retorica’s van de afgelopen jaren. We praatten met het schoolhoofd. Hij vertelde ons over het taalprobleem in Hongarije. Hongaars heeft namelijk geen banden met de talen van de omliggende landen. Dit zorgt voor een zeker isolement van Hongarije. Daarom is het taalbeleid in deze jezuïetenschool zeer uitgediept. Er wordt uitwisselingsprogramma’s georganiseerd, onder andere met Sint-Barbara in Gent.

olvc-youngalumni-budapest-3

Door het bezoek bij de zusters van moeder Theresa kwamen we in contact met de echte problemen van ruraal Hongarije. De Roma is een belangrijke problematiek in Hongarije. Weinig van de kinderen gaan naar school. Daarentegen spelen ze de hele dag op straat. Ook worden vele van de romameisjes op jonge leeftijd zwanger. De Zusters proberen de kinderen een stukje opvoeding te geven tijdens hun voorbereidingslessen voor het eerste communie.

olvc-youngalumni-budapest-4

Tijdens het congres kwamen meerdere sprekers aan het woord. Elk van hen sprak over mogelijke prioriteiten van de oud-leerlingen. Nadien werd er gedebatteerd over welke zaken nu relevant waren voor ons, oud-leerlingen. Ikzelf verdedigde de belangrijkheid van investering in Afrika. Voor landen als Hongarije is dit echter geen prioriteit. Zij verkiezen namelijk om eerst de eigen, Hongaarse problemen aan te pakken. Deze verschillen in prioriteiten werden dan ook opgenomen in de resoluties zodat iedereen de ruimte krijgt zijn klemtoon uit te werken. Deze resoluties werden voorgedragen in het Hongaarse parlement zelf! De geweldige Hongaarse organisatie heeft ons een primeur gezorgd door ons niet alleen de binnenkant van het parlement te laten zien, maar ons er bovendien een hele voormiddag te vergaderen in het Opperhuis.

olvc-youngalumni-budapest-5

Er was ook een belangrijke gast in Budapest. Fabio Tobón was helemaal uit Colombia overgevlogen om het volgende wereldcongres te komen voorstellen. In 2013 zal WUJA (World Union of Jesuit Alumni/ae) de vierjaarlijkse bijeenkomst in Medellin laten plaatsvinden. Het Colombiaanse comité zal zijn uiterste best doen het daverende succes van het congres in Burundi van 2009 te evenaren. Schrijf alvast in uw agenda : 12 tot 18 augustus 2013 – Medellín (rechtstreekse vlucht vanuit Madrid).

Kishor Nagar post Van Bortel

ALEXANDRA BOOGERS – Tijdens de paasvakantie trok een 12-koppige groep ‘naasten’ van het Onze-Lieve-Vrouwecollege van Antwerpen naar India. Daar bezochten ze verschillende projecten waaronder Kishor Nagar, het levenswerk van Vic Van Bortel, sj.

olvc-youngalumni-kishornagar-1

Voor het vertrek hadden we reeds veel gehoord over Kishor Nagar en Vic Van Bortel. Tijdens de voorbereiding van onze reis naar Indië kregen we het droevige nieuws dat pater Van Bortel overleden was. We zouden deze grote man dus niet meer kunnen ontmoeten. Zijn 850-koppig levenswerk zou ons in zijn plaats begroeten.

Bij aankomst in Kishor Nagar overviel ons de rust, vrede en discipline. De kinderen kwamen niet vol nieuwschierigheid op ons afgestormd maar wierpen ons eerder geïnteresseerd blikken toe. Blanken komen af en toe naar Kishor Nagar, maar het blijft toch steeds een hele belevenis.

olvc-youngalumni-kishornagar-2

We zagen kinderen in de rijstvelden, anderen waren aubergines aan het snijden. Eén van hen was de kapper van dienst die verschillende jongens van de Indische coupe voorzag. Toch hebben we nooit ook maar iemand orders zien uitdelen. Iedereen doet wat van hem verwacht wordt, zonder één conflict.

Het leven in Kishor Nagar is dus werkelijk zoals in een autonoom dorp. Om vijf uur staan de jongens op om in de rijstvelden te werken. ’s Morgens en in de namiddag worden de koeien gemolken. Heel de dag zijn er enkele kinderen die verder metselen aan een gebouwtje dat een studiezaal zou worden. Steeds zie je bedrijvigheid. Na de middag volgt er een siësta. De kinderen leggen zich dan op een dekentje op de grond. Je ziet hoe de kinderen vooral met leeftijdsgenoten optrekken en samen hun dutje doen. Bij vragen of problemen, nemen de oudsten echter meteen hun verantwoordelijkheid op en zorgen voor de kleinsten.

Het eten wordt door de oudsten uitgedeeld. Alle kinderen wachten geduldig hun beurt af. Ze zoeken zich dan een plekje schaduw en genieten van de eenvoudige maaltijd – rijst met een saus van bonen. Wijzelf krijgen een ander, veel uitgebreider, menu (waaronder de tot de verbeelding sprekende pudding). Bezoekers worden altijd met de beste zorg behandeld, misschien zelfs een tikkeltje té veel. Zo krijgen we ook Sprite bij het eten. Onze Belgische reisbegeleider, die reeds jaar en dag naar Kishor komt, weet te vertellen dat er bij Vic nooit Sprite was.

Je kan duidelijk merken dat het één en ander veranderd is na de dood van pater Van Bortel. Toch is zijn aanwezigheid duidelijk te voelen in de Jongensstad. Als je hen vraagt over Vic te vertellen, zijn ze steeds vol lof en ontzag voor wat de man allemaal voor hen deed. De kinderen hebben letterlijk gestreden om hun vader, hun grote broer, hun voorbeeld op eigen grond te kunnen begraven. De begrafenis was immers voorzien in het officiële kerkhof. Maar daar dachten de jongens anders over. Vic zou op Kishor Nagar begraven worden en ook de dienst moest daar doorgaan. Zo komt het dus dat Vic Van Bortel in hartje Kishor ligt. Een muurschildering die een naaste vriend van hem maakte, kijkt uit over het domein.

De interesse van de jongens in ‘de blanken’ werd duidelijk toen enkelen van ons met de kleinsten begonnen te kaarten. Meteen stond er een menselijk schild rond ons van minstens vier lagen dik. Nadien nam ik de tijd ons met enkele jongeren te spreken. De kleinsten onder hen spraken nog niet zoveel Engels, maar de leerlingen vanaf de 11de klas spraken al een aardig mondje. Na de routinevragen als “Hoeveel broers en zussen heb jij?” vroegen ze bijna reflexmatig : “Wanneer komen jullie terug?”. Deze vraag maakte me heel erg duidelijk hoe sterk de kinderen ons bezoek al meteen in hun hart droegen.

olvc-youngalumni-kishornagar-3

Ons bezoek was deze paasvakantie en zo kwam het dat ook de jongens van de Boys Town enkele dagen geen les hadden. De ontspannen sfeer was hier getuige van. Hoewel ik durf zeggen dat deze atmosfeer eerder regel is dan een uitzondering omdat het vakantie was. Tot onze spijt hebben we dus geen les kunnen bijwonen. Zo zouden de kinderen met zeventig in één klaslokaal zitten, zonder dat er ook maar één van hen een kik geeft. Muisstil, pure discipline.

Voor het slapengaan zaten de oudsten met een 200-tal voor het televisiescherm naar een dvd te kijken. Toen viel plots het beeld weg. Geen rumoer, geen ophef. Eén van hen staat op om te kijken wat er scheelt en binnen de minuut is het euvel verholpen. Omdat het ’s nachts amper afkoelt en het buiten toch wat frisser is dan in de slaapzaal, nemen de jongens hun matje en leggen ze zich met z’n allen in het midden van het plein.

olvc-youngalumni-kishornagar-4

Wanneer de jongens intrekken in Kishor Nagar hebben ze enkele persoonlijke spullen bij. Deze worden in een blikken reiskoffer gestoken voorzien van een slotje. We zagen enkele jongetjes in de zaal hun koffer openmaken. Daaruit namen we dan een kammetje en met onbeschrijflijke fierheid kamden ze hun haren in de juiste richting. De meesten van hen bezitten niet veel meer dan dat kammetje. De jongens komen immers uit de allerarmste klasse.

Het verlies van Vic Van Bortel heeft de kinderen getekend. Je ziet duidelijk dat hun ‘redder’ gemist wordt. Toch proberen ze elke dag verder te bouwen aan de opdracht die pater Van Bortel aan zijn jongens gaf. Elkaar en jezelf ontwikkelen om uit de spiraal van armoede te geraken.

olvc-youngalumni-kishornagar-5

Wereldcongres te Bujumbura

Written by Alexandra Boogers

Thursday, 13 May 2010 14:39

olvc-youngalumni-bujumbura-1

Voor het eerst vond het congres van de World Union of Jesuit Alumni, de mondiale vereniging van oud-leerlingen van jezuïeten, in Afrika plaats. De week voor het congres kregen de deelnemende jongeren een project aangeboden. Ik werkte, samen met vijf andere jongeren, vijf dagen als vrijwilliger bij Famille pour Vainqueur du SIDA (FVS) in Bujumbura-stad. In dat transitcentrum verblijven kinderen tussen zes en achttien jaar. Ze worden er verzorgd en ondersteund. In de periode dat de kinderen in het centrum wonen, wordt naar hun familie gezocht. Als geen verwanten worden teruggevonden, zoekt FVS een passend gastgezin.

olvc-youngalumni-bujumbura-2

We brachten telkens de dag door met de kinderen, wat tegelijkertijd simpel en bikkelhard was. We sorteerden bonen en rijst, damden samen, wasten af. Communiceren met de kinderen was niet altijd eenvoudig. In Burundi spreken ze Kirundi, een taal waar je als buitenstaander geen jota van snapt. Een kleine minderheid van de kinderen sprak of verstond Frans. Toch konden we ons met gebarentaal en wat creativiteit best verstaanbaar maken. Ondanks de taalbarrière en de korte periode die we met de kinderen doorbrachten, hadden we een erg sterke band.

olvc-youngalumni-bujumbura-3

De kinderen vroegen honderduit naar onze familie en onze studies en naar hoe straten en scholen er in België uitzien. Het was niet de eerste keer dat ze een blanke zagen, maar er komen niet vaak Europeanen in het centrum werken.
De liefde die je van hen krijgt, is onbeschrijflijk. ’s Morgens telkens een dikke knuffel krijgen van Jimmy, was hartverwarmend. Of Sébastien die erop stond voor me een glas water te gaan halen. Ik had papier en stiften meegebracht en ben met een hele stapel tekeningen weer naar huis gegaan. De kinderen tekenden alle bladen gretig vol en dicteerden aan Natasja, het enige meisje met een net handschrift dat Frans kon schrijven, een boodschap om op hun tekening te schrijven.

olvc-youngalumni-bujumbura-4

De kinderen stonden erop dat we met hen zouden eten. Het middagmaal bestond elke dag uit een deeg van maïs en een saus van bruine bonen en witte kool. Niet slecht van smaak, maar weinig gevarieerd. Er werden enkele borden in het midden van de tafel gezet en alle handjes reikten gulzig naar het voedsel. Bestek was er niet. Om met ons op de foto te mogen, stonden ze allemaal te springen. Ze waren erg leergierig en wilden ook graag zelf foto’s nemen. Ze vroegen ons ook om hen Engels te leren. We leerden hen de cijfers, de maanden van het jaar en wat lichaamsdelen aan.

olvc-youngalumni-bujumbura-5

Elke avond opnieuw was het afscheid hartverscheurend, zowel voor ons, vrijwilligers, als voor de kinderen. Zij beletten ons geregeld weg te gaan door onze rugzak af te pakken en ermee te gaan lopen. Al de eerste dag troepten een drietal kinderen zich rond me, grepen mijn arm vast en smeekte “gumaha!”, Kirundi voor “blijf hier!”. Ook “ndagukunda” viel vaak bij het afscheid, “ik hou van je”.
Tijdens die vijfdaagse stage zijn mijn ogen echt opengegaan. De armoede in Burundi steekt schril af tegen de luxe hier in West-Europa. Het leven daar is elke dag een strijd om te overleven. Ook de positieve ingesteldheid van de kinderen was bewonderenswaardig. Tijdens mijn tweede dag bij FVS kwam Nina naast me zitten. Zij vertelde meteen dat haar zusje en zij seropositief zijn, maar dramatiseerde dat niet. Net als elk ander kind had ze dromen, veel moed en levenslust.

olvc-youngalumni-bujumbura-6

De laatste dag bezocht ik een ziekenhuis, een van de betere in Bujumbura. Op de materniteit zag ik hoe ze een baby van een half uur oud reanimeerden. Er waren complicaties bij de geboorte en het hart en de longen van het kind functioneerden niet zelfstandig. Na een half uur hartmassage klopte het hart weer zoals het moest, alleen liet de ademhaling het nog afweten. De middelen waren bedroevend. Geen monitor met hartslag, computers die minstens twintig jaar oud zijn, amper geneesmiddelen. De boreling haalde het uiteindelijk wel, maar liep wellicht wel hersenschade op.

olvc-youngalumni-bujumbura-7

Aidsmedicijnen zijn in Burundi gratis, dankzij de grote instroom van geld uit het buitenland die allerhande ngo’s verzamelen. Die financiële steun is ontzettend belangrijk voor de Burundezen, want voor 12 uur werken verdienen zij gemiddeld amper 1,2 euro.
Aids is een ramp voor Afrika. Het ergste is dat de ziekte het meeste voorkomt in die streken waar de minste middelen zijn. De oplossing ligt niet alleen in financiële steun. Steun is trouwens niet wat Afrika nodig heeft. Steun leidt immers tot afhankelijkheid. Coöperatie is de oplossing. Er moet een wederzijdse interactie tot stand komen waarbij de Afrikanen de mogelijkheid hebben na verloop van tijd onafhankelijk te worden. Eén investering blijft van cruciaal belang: onderwijs. Zonder onderwijs, geen kennis. Zonder onderwijs, geen toekomst.

Voor een beter Afrika
Het congres voor de oud-leerlingen van jezuïeten besprak vijf dagen lang het thema “Pour une meilleure Afrique: qu’avons-nous fait? Que faisons-nous? Que devons-nous faire?” Eén reeks lezingen sprak me, als tweedejaarsstudente geneeskunde, heel erg aan. Vier mensen met medische achtergrond getuigden over de ravage die hiv en aids in Afrika hebben teweeggebracht en nog steeds teweegbrengen.
Pater Michael Czerny, coördinator van het African Jesuit Aids Network (AJAN), getuigde vanuit zijn ervaring met projecten die seropositieven opvangen en verzorgen. Communicatie over aids vindt AJAN van levensbelang. “Communicatie is het vitale haarvaten- en zenuwsysteem dat ons bindt tot één lichaam”, zei Czerny. Hij vermeldde markante cijfers over aids: “Het rapport van UNAIDS uit 2008 maakt gewag van 22 miljoen seropositieven in 2007 in Zwart-Afrika. Dat is maar liefst 67 procent van alle hiv-besmette mensen in de wereld. Van alle aids-doden in de wereld, vallen er driekwart in dat deel van Afrika.”
Maar waarom is de strijd tegen die ziekte zo moeilijk? Het antwoord is dat hiv nooit alleen komt. Een hele culturele, familiale en spirituele realiteit speelt mee. Bovendien zijn de statistieken ontmoedigend en oppervlakkig. Heel vaak ontbreken de middelen, zowel voor preventie als verzorging en medicatie. Aids komt het meest voor in Centraal-Afrika. Die regio is al vaak getroffen door oorlogen. Dat maakt het erg moeilijk om mensen bewust te maken van het gevaar van de ziekte. En door de vele verkrachtingen die tijdens die oorlogen plaatsvinden, wordt het virus verder verspreid.

Hoogleraar Jean-Jacques Muyembe studeerde geneeskunde aan de universiteit van Kinshasa, in Congo, en werkte samen met de Belgische AIDS-expert Peter Piot, lang hoofd van Unaids, bij het onderzoek naar het ebolavirus. Zijn boodschap is duidelijk: “Het is tijd om te handelen, om na te denken wat er zich werkelijk in Afrika afspeelt.”

olvc-youngalumni-bujumbura-8

olvc-youngalumni-bujumbura-9